Henk Krist (1952)

Voordat je de biografie van Henk Krist leest, zou het een aardige exercitie zijn, om aan de hand van het overzicht van zijn werk op deze site, je er een voorstelling van proberen te maken. Deze gedachte kwam bij mij op toen ik een aantal recensies las over zijn werk en uitgebreid met hem sprak over zijn verleden en heden. Het zou een aardige graadmeter voor het autobiografische gehalte in dat werk kunnen opleveren. Hieronder ter controle zijn levensverhaal.

Henk Krist werd op 3 januari 1952 geboren op een woonboot in Leeuwarden.  Net na de Tweede Wereldoorlog was er een groot tekort aan woningen. Sommige gezinnen woonden in schuurtjes. Een woonboot was dan nog luxe. Henk was het tweede kind uit het gezin. Zijn oudere broertje, die ook Henk heette, was drie maanden na zijn geboorte overleden.

Op jonge leeftijd verhuisde Krist met zijn ouders en twee zusjes naar Huizum. In deze buurt bracht hij het grootste deel van zijn jeugd door. Na de lagere school ging hij naar de LTS. In die dagen de gebruikelijke keuze voor mensen uit het arbeidersmilieu. Jongens gingen naar de ambachtschool en meisjes naar de huishoudschool. Toch was er op die school ook aandacht voor kunst. Zo werd Krist hier voor het eerst met moderne kunst geconfronteerd. Door docent Rob Hoelen die ‘De Rode Wolk’, een bijna abstract werk van Mondriaan liet zien. Deze maakte met zijn  enthousiasme de liefde voor schilderen in hem wakker.

Na het afronden van de LTS trad Henk in de voetsporen van zijn vader, die automonteur was, en ging aan de slag bij een carrosseriebouwer. Deze eerste confrontatie met de boze buitenwereld duurde niet lang. Henk voelde zich er doodongelukkig en werd spoedig ontslagen. Een vriend van hem zat in die dagen op het Lienward College, de christelijke HBS, en stelde voor dat hij daar ook naar school zou gaan. “Must nou komme, der is net un meiske weggaan. Kenst de boeken wel overnimme”, zei deze vriend. Zo kwam het dat hij die avond zijn ouders meldde: “Ik gaan weer naar skoal”.

Op de HBS ging er een nieuwe wereld open. Het was een openbaring, die andere mensen en cultuur. Hij voelde zich er  thuis. Onderhand waren ook de onderwijsvernieuwingen doorgedrongen op het Lienward College. Henk kreeg er onder andere les van Frans Nicolai, een docent ‘nieuwe stijl’. Deze constateerde dat hij over een meer dan gemiddeld teken- en schildertalent beschikte. Het zou echter nog enige tijd duren voor het tot z’n wasdom kwam.

Na de HBS vertrok Krist naar Assen. Als jongere in de jaren zestig wilde hij de druk van z’n ouders met het streng gereformeerde milieu ontvluchten. Hij ging er intern wonen en werken in de psychiatrie en leerde er naar eigen zeggen onder andere drinken, roken en snel eten.
Uiteraard, want juist in deze periode ontwikkelde hij zijn observatievermogen wat nog steeds doorwerkt in zijn schilderijen.

Hij ervaart er de pijn in de bewoners die door de maatschappij afgewezen werden. Elementen die later in z’n werk terug zouden keren. Het ontdane van gewone mensen, het troosteloze en eenzame. In deze periode schildert en fotografeert Krist ook (surrealistisch). Na een periode in Ermelo en Zwolle keerde de zoekende Krist de psychiatrie de rug toe en keerde terug naar zijn Leeuwarden, de stad waar hij zich het meest thuis voelt.

Met zes anderen kocht hij een boerderij onder de rook van Leeuwarden om er geheel in de geest van de tijd een commune te beginnen. De boerderij werd verbouwd en hij kreeg de smaak te pakken van het opknappen, het met de handen bezig zijn. Zijn opleiding lts timmeren kwam hem hierbij van pas. Henk kocht af en toe een pandje en knapte het op om er daarna zelf in te gaan wonen en werken. In een van de panden in de Bollemanssteeg in het centrum van Leeuwarden dreef hij nog enige tijd een anarchistische boekhandel.  In deze periode ging hij ook gestaag meer tekenen en schilderen, maar zag dit zelf nog niet als kunst. Anderen zagen dit wel en uiteindelijk kwam hij mede daardoor  op Kunstacademie Vredeman de Vries in Leeuwarden.

Krist kwam in aanraking met Luciano Harms van Galerie de Lawei in Drachten. Deze was danig onder de indruk van zijn werk en wilde het zo snel mogelijk exposeren. Zekerder door deze erkenning trok hij de stoute schoenen aan en stapte bij Galerie van Hulzen in Leeuwarden binnen. Dit was in 1981. Het was de tijd van de ‘Jonge Wilden’. Er mocht weer ruig geschilderd worden. Henk deed dit op hardboard en van Hulzen zag direct de kwaliteiten van z’n werk. Hij kon hier gelijk exposeren. Deze tentoonstelling werd een groot succes en betekende de doorbraak voor Krist. Sikke Doele, de toenmalige kunstrecensent van de Leeuwarder Courant roemde hem als ‘Het Talent van Friesland’. Er volgden in de jaren daarna nog tal van exposities. Sinds 1999 wordt Krist vertegenwoordigd door Galerie De Roos van Tudor, waar hij regelmatig nieuw werk exposeert.

Naast schilder en tekenaar is Henk ook muzikant en speelt hij piano. De liefde voor de muziek heeft hij van huis uit mee gekregen. Zijn ouders waren gereformeerd en dus stond er een harmonium in huis. Zijn vader werkte een tijdje in een muziekwinkel en speelde mandoline en won diverse prijzen met zelfgebouwde objecten. Op z’n zesde ging Henk dan ook op orgeles bij .Daarnaast leerde hij zichzelf gitaar spelen en speelde hij nog een blauwe maandag accordeon. Het laatste overigens met minder succes. Hij schildert ze dan ook liever dan dat hij er op speelt.

De muzikale inspanningen van Krist resulteerden in 1999 in de CD ‘Krist speelt Krist’, waarop hij eigen pianocomposities speelt op z’n 15 jaar oude Bechsteinvleugel, zoals ‘Een Fries speelt geen piano’ en ‘De Revalidatie’. Daarnaast was hij medeoprichter van de absurdistische muziekstraattheater groep ‘De Blonde Parkeerdildo’s’.

Onderhand bleef Henk rusteloos en verhuisde hij nog vaak. Uiteindelijk keerde hij terug naar Leeuwarden waar hij tot op heden nog woont en werkt.

Als kunstenaar is hij, in het jaar dat deze biografie verscheen, actiever dan ooit. Zo was er een overzichtstentoonstelling van zijn werk in Museum Willem van Haren in Heerenveen waar zijn voorouders uiteindelijk uit de buurt vandaan komen (Terwispel) en exposeert hij nieuwe werken in Galerie De Roos van Tudor in Leeuwarden . Eén en ander wordt ongetwijfeld vervolgd.

 

De woonboot